Diaconie: dienstbaarheid vanuit barmhartigheid en
gerechtigheid.
Het werkveld Diaconie is - hoewel vaak een wat ondergeschoven
kindje - misschien wel de belangrijkste schakel tussen kerk en
samenleving. Sterker nog, diaconie is een van de wezenskenmerken
van de kerk. In de diaconie ligt voor de parochie in zijn geheel en
de geloofsgemeenschappen afzonderlijk de opdracht om als dienende
kerk naar buiten te treden, haar dienstbaarheid te tonen aan de
samenleving, daar haar stem te laten horen en zo een gezicht te
krijgen.
Bij diaconie wordt gehoor gegeven aan Gods roepstem om dienstbaar
te zijn aan de naaste.
Met andere woorden, diaconie is de aanwezigheid van de kerk
(als levende geloofsgemeenschap) voor kansarme en
gemarginaliseerde mensen en voor mensen in nood.
Zo wil de parochie dienstbaar zijn aan de samenleving door aandacht
te geven aan de concrete noden en solidariteit te praktiseren met
de kansarme en gemarginaliseerde mensen en daardoor bijdragen aan
meer sociale gerechtigheid.
Hulp aan noodlijdenden én de oorzaken aan de kaak
stellen
Er zijn allerlei manieren waarop de parochie en de
geloofsgemeenschappen zich kunnen solidariseren met mensen in nood
en het hoofd bieden aan armoede en onrecht dichtbij en veraf. Niet
alleen de individuele hulp en hulp aan bepaalde groepen, maar ook
het aan de kaak stellen van structurele oorzaken van armoede
behoort tot het werkgebied van de diaconie. Daarom is de parochie
niet alleen maar diaconaal present bij individuen en groepen, maar
ook bij vrijwel alle organisaties en overlegsituaties waar de
leefbaarheid van onze samenleving (mee) vorm wordt gegeven.

De Zeven werken van Barmhartigheid door de Meester van
Alkmaar (1504), Rijksmuseum Amsterdam
1. Want ik had honger en jullie hebben Me te eten
gegeven.
 |
Nederland is een rijk land en een niet onaanzienlijk deel van de
bevolking heeft het steeds beter gekregen. Desondanks
is de armoede bijna niet afgenomen. Nog steeds leven rond de
1,5 miljoen mensen (10-11 % van de bevolking), waaronder ruim
350.000 kinderen, in een armoedesituatie. In de periode van
economische groei (1995-2001) zijn niet voldoende
structurele maatregelen genomen om de omvang van de
armoede substantieel te verlagen. Het inkomen van de totale
Nederlandse bevolking is in de periode 1990-2001 met bijna
15% gestegen, terwijl de huishoudens met een inkomen rond het
minimum er iets meer dan 5% op vooruitgingen.
|
2. Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken
gegeven.
 |
Dorst lijden en dorst lessen staat niet los van de verhouding
tussen arm en rijk. Juist als het gaat om diaconie wereldwijd wordt
dat duidelijk. Die verhouding op wereldwijde schaal maakt ons ook
deel van dat probleem. Het is dus niet uitsluitend het probleem van
de arme landen. Onze rijkdom gaat doorgaans ten koste van de mensen
in arme landen. |
3. Ik was vreemdeling en jullie hebben me opgenomen.
 |
Wie de joodse uitlegtraditie van de bijbel ondervraagt, krijgt
te horen dat in den beginne de thora bij God was, nog voor hij
hemel en aarde schiep. Thora betekent woord dat mensen richting
wijst "opdat zij een leven zullen hebben dat het waard is geleefd
te worden. In den beginne was het woord" is geen filosofische
uitspraak maar een profetische stem die ons zegt dat wij elkaar
zullen respecteren en menswaardig bejegenen: heb liefde voor de
mens die naast je is. Liefde niet bedoeld als een warm gevoel maar
als praktische solidariteit: dat je een ander mens niet laat
stikken, barsten, verhongeren, martelen, verdwijnen. "Heb lief de
vreemdeling", is de toespitsing van het woord over de naasten. "Heb
lief de vreemdeling", die gelijkwaardig is aan jou een mens zoals
jij. De vreemdeling is de naaste bij uitstek; jaag hem niet op,
jaag haar niet weg. Zij hebben dezelfde rechten als jij." (Lev. 19,
vers 34) zo staat geschreven.
|
Zonder deze thora zal er geen menselijke toekomst zijn die het
waard is geleefd te worden. "Licht" is een beeld voor die toekomst,
"voor een wereld waar mensen waardig leven mogen". God sprak in den
beginne: er zij licht. Het woord "God" komt ons in kerkdiensten
vaak te makkelijk over de lippen. Weten we wie we daarmee bedoelen?
We zouden kunnen afspreken dat we met "God" bedoelen die Ene, die
in de joodse bijbel en in de geschriften over Jezus de
pleitbezorger is van vluchtelingen, ballingen, van mensen wier
rechten geschonden worden; die solidariteit en gerechtigheid wil
liever dan adoratie en mooie liederen. Zo staat geschreven (Amos 5,
vers 21-24) in dat boek dat van alle schakeringen van christelijke
godsdienst de bron en het ijkpunt zou moeten zijn."
4. Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed.
 |
Het woord 'opnieuw' staat symbool voor de activiteiten van
Emmaus in Nederland. Deze organisatie vangt mensen op die in een
probleemsituatie verkeren, met name dak- en thuislozen, en biedt
hen de mogelijkheid hun leven weer op te bouwen. Tegelijkertijd
geeft Emmaus mensen met idealen de kans om die in praktijk te
brengen. Emmaus strijdt tegen de 'wegwerpmentaliteit' en tracht
terug te geven wat is afgedankt. |
5. Ik was ziek en jullie hebben naar Me
omgezien.
 |
Ziekte kan het leven blijvend ingrijpend veranderen. Soms wordt
het intenser en beter dan het was, als er nieuwe zin gevonden kan
worden. Ziekte kan betekenen dat er nieuwe keuzes gemaakt moeten en
kunnen worden. Het kan zijn dat er nog maar weinig te kiezen is.
Toch is het telkens weer een verschil of je kunt meepraten,
meedenken en meebeslissen. Of je kunt toestemmen of je kunt
instemmen of dat anderen dat voor je gaan doen. Niet meer meedenken
en kunnen en meepraten, versterkt het gevoel van afhankelijkheid.
Het maakt je onmondig. Je autonomie en je eigenwaarde komen onder
grote druk te staan. |
Ziekte kan tot gevolg hebben dat je over vele zaken de greep
kwijt raakt. Je dagelijkse leven is niet meer mogelijk zonder de
hulp van anderen: onbetaalde en betaalde hulp. Zoveel hulp
behoeven, zoveel moeten vragen kan de levens zin in gevaar brengen.
Afhankelijkheid kan zeer gevreesd of als onverdraaglijk gezien
worden. Deze angst voor afhankelijkheid moet niet worden
onderschat. De gevoelens die hierbij horen moeten niet worden
weggepraat. Iemand die tot in levensgebieden die hij als zeer
intiem ervaart zichzelf niet meer kan redden, kan zich een last
gaan voelen, voor anderen en voor zichzelf. Het is isolerend en
angst versterkend om deze gevoelens weg te praten. Er kan een diep
verdriet loskomen om het verlies van zoveel. 'Wie ben ik nog, wat
stelt mijn leven nog voor, voor wie leef ik nog?' Dat zijn de
vragen van iemand die zijn houvast, zijn levenskoers kwijt aan het
raken is. Dat betekent dat juist nu een mens niet aan zichzelf kan
worden overgelaten.
6. Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me
toe.
 |
Veel ex-gedetineerden staan bijna letterlijk op straat als ze
vrijkomen. Het is voor een ex-gedetineerde vanwege zijn strafblad
vaak niet zo gemakkelijk een baan te vinden. De periode van
gevangenschap eist vaak een zware relationele tol: huwelijken en
vriendschappen gaan kapot of verwateren, de relatie met ouders
raakt ontwricht, het isolement wordt groot. De tijd van detentie en
alles wat eraan voorafgegaan is zal een plaats moeten krijgen in
iemand leven. Ook zal nieuwe zin moeten worden gevonden in het
leven dat zich aandient. |
7. De doden begraven.
 |
Ook rond de kerkelijke dodenliturgie bespeur je de veranderingen
die in onze maatschappij hebben plaats gevonden. Een groot deel van
ons volk noemt zich nog gelovig en geeft dat op een of andere
manier vorm. Anderzijds zien we een afnemende kerkelijke
betrokkenheid en een vervreemding van vorm en inhoud van de
geloofstraditie en een toenemende individualisering.
Je zou kunnen zeggen dat er een soort 'niemandsland' ontstaat
tussen de kerkelijke dodenliturgie enerzijds en seculiere
dodenrituelen anderzijds. In dat 'niemandsland' kan het dan
gebeuren dat mensen die zich niet of nauwelijks kerkbetrokken
voelen, toch behoefte hebben aan een religieus moment rond een
overlijden. Ze doen daarvoor een beroep op de parochie en/of
de pastor.
|
Of anders gezegd: 3 stukjes muziek en een enkel woord is voor
hen te weinig, het volledige kerkelijke ritueel is weer teveel voor
hun beleving. Vanuit pastorale gronden kun je niet meer volstaan
met een viering die in alle situaties gebruikt kan worden. Het gaat
erom dat aan de liturgie en aan de betrokkenen recht wordt gedaan.
Dat kost tijd en overleg, Maar als dit alles goed gebeurd is het
een waardevol begin van een goed verwerkingsproces. En het kan ook
betekenen om de kerk voor veel mensen weer op de kaart te zetten.
Klik hier voor meer
informatie over de uitvaart.
Vrede stichten.
Vanuit de Sint Egidius, een katholieke leken beweging:
Wij beschouwen oorlog en conflicten als de moeder van alle
armoede. Daarom onderhandelen we over verzoening en vrede. In
Mozambique bijvoorbeeld hebben we bereikt dat er tussen de diverse
verschillende strijdende partijen in 1992 vrede is gesloten. Na
het uitbreken van rellen met allochtone jongeren in Borgerhout in
Antwerpen in december 2002 namen we contact op met
vertegenwoordigers van de joodse, de katholieke en de islamitische
gemeenschap om samen rond de tafel te gaan zitten. We wilden de
spanningen doen afnemen door samen te zoeken naar manieren waarop
de verschillende geloofsgemeenschappen in Antwerpen kunnen
bijdragen tot solidariteit tussen de diverse bevolkingsgroepen.
Godsdiensten worden vaak voorgesteld als polariserende krachten,
terwijl ze wel degelijk kunnen bijdragen tot verdraagzaamheid. Bij
het zoeken naar vrede zijn we vanuit onze vredesbeweging daarom
vaker als waarnemer bij besprekingen of onderhandelingen actief, om
zo aan onderhandelende partijen te laten zien en weten dat vrede
alle wereldburgers aangaat.