Verkondiging 3e zondag in de veertigdagentijd

De lezingen hebben ons vandaag veel te vertellen. Exodus, het verhaal van de uittocht, de vlucht uit Egypte en het veertig jaar verblijf in de woestijn. Het verhaal dat door heel de bijbel heen resoneert. Tot in het Paasverhaal van het evangelie. Met Egypte is in dit verhaal niet zozeer bedoeld het geografische Egypte, een land van fijne vakanties en waar je zo heerlijk kunt diepzee duiken.  Maar in dit bijbel verhaal functioneert Egypte als een metafoor, wat wil zeggen; in overdrachtelijke zin, voor alles wat een mens verhindert om optimaal mens te worden. De naam ‘Egypte’ betekent in het Hebreeuws, zoveel als benauwdheid. Het is het land waar de angst regeert en het vertrouwen ontbreekt. Het is het land waar mensen worden gereduceerd tot slaven. Daar tellen geen namen, maar wordt alleen met winst en verlies gerekend. Alles wordt daar opgeofferd aan groei en vitaliteit.

Menselijke waarden worden afgedaan als zoetsappig geneuzel waar je niet verder mee komt. Het Hebreeuwse volk is door Jozef in Egypte terecht gekomen. De koning die Jozef had gekend is niet meer. De huidige Farao voelt zich bedreigd door dit volk. Het worden er steeds meer, horen we hem roepen. Angst voor de zogenaamde omvolking is blijkbaar van alle tijden. En deze Farao doet er werkelijk alles aan om dit volk klein te houden, zwaar slavenwerk moeten ze doen. Op een gegeven moment worden zelfs alle Hebreeuwse jongetjes die geboren worden verdronken in de nijl. Overal is het gekerm te horen. Angst gaat door de straten.

Er zijn vele plagen nodig om de Farao in beweging te brengen. En kijk dan is naar vandaag de dag. Kijk om je heen. Dan zie je de plagen. De sprinkhanenplagen in Afrika en Azië, De branden in Australië, Het corona virus uit China dat over de wereld gaat, Het water, de droogtes en de overstromingen, De verloren oogsten door de hitte. Het lijkt of de wereld genoeg heeft van al die slavernij en uitbuiting van de mens. Die mens onterende uitbuiting. Dat je niet welkom bent in een ander land omdat je eigen land in de fik staat.

En dan het evangelie van vandaag, daar staat: ‘Geef mij te drinken’ , met andere woorden. Ik heb dorst. Dorst naar een wereld in gerechtigheid, een nieuwe wereld. Dorsten naar een nieuwe wereld in gerechtigheid, is proberen een vernederd mens, één vernederd mens, op te richten, uit stof en as, één asielzoeker, een kind slaaf of een kind soldaat. Dat is de naam volbrengen die luidt: Ik zal er zijn de levende tegen de dood.

De bron is een ontmoetingsplaats, daar worden contacten gelegd. Misschien dat deze vrouw niet alleen naar de bron kwam om water te tappen, maar ook om vreem­delingen te ‘ontmoeten’. Maar deze ontmoeting loopt anders dan zij gewend is. ‘Geef me te drinken’, vraagt Jezus. Hij vraagt om water, Hij heeft dorst. Wat is er ge­woner dan dorst in een warm land midden op de dag? Meteen krijgen deze woorden een diepere betekenis. Er is een dorst die met water gelest wordt. Er bestaat ook een dorst die het leven beheerst als een onvervuldheid, als een heimwee, een eeuwig verlangen. Het is de onverzadigbare dorst, de dorst die nooit stilt.

Jezus switcht naar deze diepere betekenis. ‘Ik geef je water waarvan je nooit meer dorst zult krijgen.’ De vrouw pikt de dubbele betekenis op! ‘Geef me van dat water waardoor ik niet meer dagelijks hoef te komen putten, geef me van het water dat mijn onrust voor altijd weg· neemt, geef me van het water waardoor ik vrede vind met mijn leven.’ Ze wordt nieuwsgierig naar Jezus’ gedachtegang. Ze wil wel een ander leven, het gesprek neemt voor haar een interessante wending. En misschien nog enigszins cynisch, maar toch gefascineerd en hoopvol: bent U een profeet?

Het beeld van haar leven gaat schuiven, maar wat heeft ze eigenlijk met deze vreemdeling te maken? Ze zoekt weer afstand. ‘Wij bidden op deze heilige berg, jullie in Jeruzalem.’ Jezus raakt in zijn antwoord weer direct aan de diepere inhoud. Bidden is niet aan een heilige plaats gebonden. Of je nu bidt in een roomse of in een protestantse kerk, in een moskee, een synagoge of een tempel, je bidt met je hart!

God ontmoet je in geest en waarheid. Zoek waarachtigheid in jezelf. De vrouw vat het opnieuw en zij beaamt het. Je spreekt als een Messias, ben je soms de Messias?

Zo gaat het verder. Voedsel, dagelijks nodig, maar wat is het ware voedsel waar een mens van leeft? Dat zijn niet aardappelen en pizza’s. Het ware voedsel is: doen wat recht is, wat vrede brengt. Waarlijk voedsel is de wil van de hemelse Vader doen.

Het leven van de vrouw verandert in de ontmoeting met Jezus. Hij heeft me laten zien wie ik eigenlijk ben. Wat ik mezelf niet durfde te bekennen, dat heeft Hij me duidelijk gemaakt. Zij is verheugd en enthousiast en bevrijd, en ze noemt Jezus een redder, een bevrijder, iemand die ruimte schept.

Het leven kent zijn dagelijkse zorg en bekommernis en plichten. Je moet je waar maken en je hebt je taak als opvoeder en je verantwoordelijkheid voor de maatschappij. Deze ontmoeting met Jezus herschept het leven, brengt de diepere waarheid van het leven aan het licht. Ze opent een tweede dimensie, de goddelijke dimensie die onder het dagelijkse schuilgaat.

Zoiets kan ook ons overkomen. Geef jezelf de ruimte in Gods licht. Laat je aanspreken door de ontmoeting met je medemens, met God, met alles wat op je weg komt. Ontdek de Bron met het water dat alle dorst wegneemt. Ontdek het ware voedsel, te weten wat je te doen staat. Kijk! Er staat veel meer dan er staat.

Het feit dat de relatie tot het Goddelijke via de relatie tot de mensen verloopt en met de sociale rechtvaardigheid samenvalt, dat is de geest van de bijbel. Bij Mozes, en de uittocht uit Egypte, de profeten en bij Jezus zij bekommeren zich niet om de onsterfelijkheid van de ziel, maar om de arme, de weduwe, de wees en de vreemdeling. De relatie tot de mens, waarin het contact met het goddelijke zich voltrekt, is niet een soort geestelijke vriendschap, maar een vriendschap die zich uit, bewijst en voltooit in een rechtvaardige economie en waarvoor iedere mens ten volle verantwoordelijk is .

Amen.

Wil Matti