Lezingen en gezangen zondag 31 mei, eerste pinksterdag

Nu we op zondag niet meer kunnen samenkomen in onze kerken, hebben we niet altijd de beschikking over de teksten van de lezingen en de gezangen. Onderstaand vindt u de teksten van de lezingen van zondag 31 mei. Om mee te lezen als u de viering volgt via Kerkdienstgemist Zutphen, of om op een later moment nog eens door te lezen.

8e zondag van Pasen

Veni Creator
Veni, creator Spiritus
mentes tuorum visita,
imple superna gratia,
quae tu creasti pectora.

Qui diceris Paraclitus,
altissimi donum Dei,
fons vivus, ignis, caritas
et spiritalis unctio

Tu septiformis munere,
digitus paternae dexterae
tu rite promissum Patris
sermone ditans guttura.

Accende lumen sensibus,
infunde amorem cordibus,
infirma nostri corporis,
virtute firmans perpeti.

Hostem repellas longius
pacemque dones protinus,
ductore sic te praevio,
vitemus omne noxium.

Per te sciamus da Patrem,
noscamus atque Filium,
te utriusque Spiritum
credamus omni tempore.

Deo Patri sit gloria,
et Filio qui a mortuis
Surrexit, ac Paraclito,
in saeculorum saecula.

Amen.

 

De Nederlandse vertaling door J.W. Schulte Nordholt in het Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk, die zingbaar en berijmd is, luidt:

Kom Schepper, Geest, daal tot ons neer,
houdt Gij bij ons uw intocht, Heer;
vervul het hart dat U verbeidt,
met hemelse barmhartigheid. 

Gij zijt de gave Gods, Gij zijt
de grote Trooster in de tijd,
de bron waaruit het leven springt,
het liefdevuur dat ons doordringt. 

Gij schenkt uw gaven zevenvoud,
O hand die God ten zegen houdt,
O taal waarin wij God verstaan,
wij heffen onze lofzang aan 

Verlicht ons duistere verstand,
geef dat ons hart van liefde brandt,
en dat ons zwakke lichaam leeft
vanuit de kracht die Gij het geeft. 

Verlos ons als de vijand woedt,
geef ons de vrede weer voorgoed,
Leid Gij ons voort, opdat geen kwaad,
geen ongeval ons leven schaadt. 

Doe ons de Vader en de Zoon
aanschouwen in de hoge troon,
 O Geest van beiden uitgegaan,
wij bidden U gelovig aan.

Aan God de Vader zij de eer
en aan de opgestane Heer
en aan de Geest die troost en leidt
van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Amen

 

Heer ontferm U

Eer aan God in den hoge

Een lamp voor mijn voet is uw woord 

Refrein:          Een lamp voor mijn voet is uw woord,
een helder licht op mijn pad.

Gij zijt lofwaardig, Heer,
leer mij uw beschikkingen kennen.
Wat Gij hebt beschikt is mij welkom;
uw woorden vergeet ik nooit.                               Refrein.

Geef mij begrip om uw wet na te leven,
om hem te volgen met heel mijn hart.
Leid mij langs de paden van uw geboden:
daar vind ik mijn vreugde in.                                 Refrein. 

 

Eerste lezing Handeling 2,1-11

Toen de dag van Pinksteren aanbrak waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naargelang de Geest hun te vertolken gaf.

Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond liepen die te hoop en tot hun verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: ‘Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotámië, van Judéa en Kappadócië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Líbië bij Cyréne, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kreténzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.’

Psalm 150

Refrein : Al wat adem heeft, looft de Heer, looft de Heer.

Looft de Heer in zijn paleis.
Looft Hem in zijn hoge hemel.

Looft Hem om zijn grote daden.
Looft Hem om zijn majesteit.

 

Looft Hem met bazuingeschal.
Looft de Heer met harp en citer.

Looft Hem met tympaan en reidans.
Looft Hem met gitaar en fluit.

 

Looft Hem met geklep van bekkens.
Looft Hem met cymbaalgerinkel.

Al wat adem heeft: looft de Heer wat adem heeft.

 

Tweede lezing 1 Korintiërs 12,3b-7.12-13

Broeders en zusters, niemand kan zeggen: ‘Jezus is de Heer’, tenzij door de heilige Geest. Er zijn verschillende gaven maar slechts één Geest. Er zijn vele vormen van dienstverlening maar slechts één Heer. Er zijn allerlei soorten werk maar er is slechts één God die alles in allen tot stand brengt. Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen. Het menselijk lichaam vormt met zijn vele ledematen één geheel; alle ledematen, hoe vele ook, maken tezamen één lichaam uit. Zo is het ook met Christus. Wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen zijn immers in de kracht van één en dezelfde Geest door de doop één enkel lichaam geworden en allen werden wij gedrenkt met één Geest.

 

Acclamatie

Refrein:

Halleluja, halleluja, halleluja, halleluja!

Kom, o Geest, vervul ons hart met licht,

ontsteek in ons het vuur van uw liefde.

 

Evangelie Johannes 20,19-23

In de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij u.’ Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: ‘Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft zo zend Ik u.’ Na deze woorden blies Hij over hen en zei: ‘Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.’

 

Acclamatie

Refrein: Halleluja, halleluja, halleluja, halleluja!

U komt de lof toe, U het gezang,

U alle glorie, Vader, Zoon, heilige Geest

in alle eeuwen der eeuwen.

 

Geloofsbelijdenis

Veni sancte spiritus,

 

Veni, Sancte Spiritus,         Kom, Heilige Geest,
et emitte caelitus                 zend voor de hemelse straal
lucis tuae radium.               van uw licht

Veni, pater pauperum,       Kom, vader van de armen,
veni, dator munerum         kom gever van geschenken,
veni, lumen cordium.         kom, licht van het hart.

Consolator optime,              Allerbeste trooster,
dulcis hospes animae,        zachte gastheer van de ziel,
dulce refrigerium.               zoete troost.

In labore requies,                Rust bij het werk,
in aestu temperies               verfrissing bij hitte,
in fletu solatium.                 vertroosting bij verdriet.

O lux beatissima,                 O, allerzaligst licht,
reple cordis intima              vul het binnenste van het hart
tuorum fidelium.                 van uw gelovigen.

Sine tuo numine,                 Zonder uw goddelijke macht,
nihil est in homine,             is er niets in de mens,
nihil est innoxium.              is er niets onschuldigs.

Lava quod est sordidum,    Reinig wat vuil is,
riga quod est aridum,          maak nat wat droog is,
sana quod est saucium.       genees wat gewond is.

Flecte quod est rigidum,     Maak soepel wat stroef is,
fove quod est frigidum,       verwarm wat koud is,
rege quod est devium.         leid wat afgeweken is.

Da tuis fidelibus,                   Schenk uw gelovigen,
in te confidentibus,              die vertrouwen op u,
sacrum septenarium.           de zevenvoudige heilige giften.

Da virtutis meritum,            Schenk voldoening voor weldaden,
da salutis exitum,                 schenk het uiteindelijke heil,
da perenne gaudium,           schenk de eeuwige vreugde.

Amen, Alleluia                         Amen, Halleluja.

 

Heilig, heilig

Als wij dan eten van dit brood

Onze vader

Lam Gods

Communielied  Waar vriendschap heerst en liefde,
daar is God.

Slotlied

Geest, die vuur en liefde zijt,
Geest die leeft van eeuwigheid,
voortkomt van de Zoon en Vader,
leid, o Heer, ons altijd nader
door uw liefde, door uw licht,
tot uw heilig aangezicht.

Geest van wijsheid, Geest van raad,
aller dingen zuiv’re maat,
Trooster, die met wond’re krachten
bijstaat wie in leed versmachten;
wees ons op de levenszee:
vaste baak en veil’ge ree.

Geest, die waakzaam zijt en sterk,
hoed het schip van Christus’ Kerk.
Stuur het tot aan ‘t zalig ende,
tot der tijden loop zich wende
van deez’ onbestendigheid,
in uw stralend’ eeuwigheid.