Lezingen en liedteksten zondag 28 juni

Nu we op zondag niet meer kunnen samenkomen in onze kerken, hebben we niet altijd de beschikking over de teksten van de lezingen en de gezangen. Onderstaand vindt u de teksten van de lezingen van zondag 28 juni. Om mee te lezen als u de viering volgt via Kerkdienstgemist Zutphen, of om op een later moment nog eens door te lezen.

Openingslied
De vreugde voert ons naar dit huis
waar ’t woord aan ons geschiedt.
God roept zijn naam over ons uit
en wekt in ons het lied.

Dit huis van hout en steen, dat lang
de stormen heeft doorstaan,
waar nog de wolk gebeden hangt
van wie zijn voorgegaan.

Dit huis dat alle sporen draagt
Van wie maar mensen zijn,
De pijler die het alles schraagt,
Wilt Gij die voor ons zijn?

Onthul ons dan uw aangezicht,
uw naam die met ons gaat
En heilig ons hier met uw licht,
Uw voorbedachte raad.

Heer ontferm U

Eer aan God

Psalm 119 I
Refrein:

Een lamp voor mijn voet is uw woord,
een helder licht op mijn pad.

Gij zijt lofwaardig, Heer,
leer mij uw beschikkingen kennen.
Wat Gij hebt beschikt is mij welkom;
uw woorden vergeet ik nooit.                                   Refrein.

Eerste lezing 2 Koningen 4,8-11.14-16a
Op zekere dag kwam de profeet Elisa langs Sunem. Daar woonde een welgestelde vrouw, die hem met aandrang uitnodigde, bij haar te komen eten. En iedere keer dat de profeet in het vervolg daar in de buurt kwam, ging hij daar eten. Daarom zei de vrouw tot haar echtgenoot: ‘Luister eens, ik heb gemerkt dat hij die altijd bij ons aan huis komt, een heilige man Gods is. Laten we op ons huis een kleine kamer voor hem metselen en er een bed, een tafel, een stoel en een lamp in zetten; als hij dan bij ons aankomt, kan hij daar zijn intrek nemen.’ Toen Elisa er dus op zekere dag weer aankwam, kon hij de bovenkamer betrekken en er zich te rusten leggen. Daarna vroeg Elisa aan Gechazi, zijn knecht: ‘Kunnen we dan werkelijk niets voor haar doen?’ Gechazi antwoordde: ‘Zij heeft helaas geen zoon en haar man is oud.’ Toen zei Elisa: ‘Roep haar.’ De knecht riep haar en zij bleef in de deuropening staan. En Elisa zei: ‘Volgend jaar om deze tijd zult u een zoon aan uw hart drukken.’

Psalm 34
Refrein:
Ervaart het, ziet: mild is de Heer.

Loven wil ik de Heer te allen tijde,
de lof Gods geef ik stem, altijd weer;
en mijn ziel zal in trots de Heer prijzen:
wie verdrukt is hoort het met verrukking.                   Refrein.

Toornig ziet de Heer op de verstoorders,
dat hun voortbestaan uitsterft op aarde.
De Heer slaat de rechtvaardigen gade,
zijn oor vangt hun hulpgeroep op.                              Refrein.

Zij riepen, de Heer gaf hun antwoord,
hij heeft hen verlost uit hun noden.
De Heer helpt de gebrokenen van hart,
die verslagen van geest zijn bevrijdt Hij.                    Refrein.

Het kwaad brengt wie het kwaad zoekt de dood:
zó boet wie den rechtvaardige haatte.
Hij is de losser, de Heer
die zijn knechten het leven terug gaf.
Die tot Hem vluchtten zullen vrijuit gaan.                  Refrein.

 

Tweede lezing Romeinen 6,3-4.8-11
Broeders en zusters, gij weet dat de doop, waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dóód? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem  begraven, opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden zoals Christus, die door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt. Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven; want wij weten dat Christus, eenmaal van de doden verrezen, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem. Door de dood die Hij gestorven is, heeft Hij eens voor al afgerekend met de zonde; het leven dat hij leeft, heeft alleen met God van doen. Zo moet ook gij uzelf beschouwen: als dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus.

Acclamatie
Refrein
Halleluja, halleluja.
Halleluja, halleluja.

Voorzang:
Maak ons hart ontvankelijk, Heer,
opdat wij de woorden van uw Zoon begrijpen.
Refrein

Evangelie Matteüs 10, 37-42
In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen: ‘Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig. En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet

waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. Wie u opneemt, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft. Wie een profeet opneemt, omdat het een profeet is, zal ook het loon van een profeet ontvangen; en wie een deugdzaam mens opneemt, omdat het een deugdzaam mens is, zal ook het loon van een deugdzame ontvangen. En wie een van deze kleinen al was het maar een beker koud water geeft, omdat hij mijn leerling is, voorwaar, Ik zeg u: Zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.’

Zo spreekt de Heer, wij danken God.

Credo

Als regen die de aarde drenkt
Als regen die de aarde drenkt
die droog en dorstig is:
zo voedt het woord van God de mens
die doods en duister is.

Als zonlicht dat het groen gewas
uit zaad ontkiemen doet:
zo geeft het woord van God de mens
luister en nieuwe gloed.

Als schaduw die verkoeling brengt
op ’t heetste van de dag
geneest het woord van |God de mens
die op bevrijding wacht.

O God, vernieuw de dorre grond,
verzacht wat is verhard:
maak ons gehoorzaam aan uw woord
en mensen naar uw hart.

Heilig

Als wij dan eten van dit brood

Onze vader

Lam Gods

Tantum ergo

Wij danken u
Wij danken U voor al wat leeft,
voor wat er groeit en zich beweegt,
voor ieder woord dat ons bereikt
en ieder mens die ons bevrijdt!

Wij danken U voor al wat is,
voor alle licht en duisternis,
voor lief en leed, geluk en nood,
al wat Gij geeft als daag’lijks brood!

Wij danken U voor brood en wijn,
voor Hem die ons tot spijs wil zijn,
voor wat zijn woord onder ons doet,
al wat het schenkt aan levensmoed!

Wij danken U dat Gij vanouds
de wereld in uw handen houdt;
dat Gij ons kent bij onze naam:
wij danken U dat wij bestaan!