Lezingen Allerzielen

Eerste lezing Job 19,1.23-27a
Zo luiden de woorden van Job: ‘Ach, werden mijn woorden maar opgetekend, ergens in vastgelegd, door een ijzeren stift in een rotssteen gedreven, met lood gevuld – tot blijvend getuigenis. Want ik weet: ik ben er zeker van: mijn verlosser leeft, op het laatst zal hij deze wereld binnentreden. En al ben ik nog zo geschonden, ik zal God zien vanuit dit lichaam. Aan mijn zijde zal ik Hem zien, met eigen ogen: mijn hart smacht van verlangen.’

Tweede lezing Romeinen 14,7-9.10b-12
Broeders en zusters, niemand van ons leeft voor zichzelf alleen, niemand sterft voor zichzelf alleen. Zolang wij leven, leven wij voor de Heer, en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer: of wij leven of sterven Hem behoren wij toe. Daarvoor is Christus gestorven en weer levend geworden: om Heer te zijn over doden en levenden.
Allen zullen wij verschijnen voor de rechterstoel van God. Want er staat geschreven:
‘Zowaar Ik leef zegt de Heer, voor Mij zal elke knie zich buigen en elke tong zal God lofprijzen.’ Zo zal dan ieder van ons rekenschap moeten afleggen voor zichzelf.

Evangelie Johannes 17,24-26
In die sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en zei: ‘Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt, met Mij mogen zijn waar Ik ben, opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt daar Gij Mij hebt liefgehad vóór de grondvesting van de wereld. Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend, Ik heb U erkend, en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt. Uw naam heb Ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn en Ik in hen.’