Lezingen en liedteksten zondag 14 februari

Openingslied Tot u ben ik gezonden GvL 469
Hij ging van stad tot stad, hij sprak:
“tot u ben ik gezonden”
Voor zieken en gewonden
had hij een woord, een onderdak.

Refr.
Alles heeft hij welgedaan.
Tot wie zou ik anders gaan.

Hij gaf aan blinden het gezicht,
De nacht heeft Hij verdreven,
Gaf doden weer het leven,
Waar Hij voorbijging werd het licht.
Refr.

Daags voordat Hij gestorven is
heeft Hij het brood genomen:
“Hiertoe ben ik gekomen,
doet dit tot mijn gedachtenis,”
Refr.

Heer ontferm U

Eer aan God in den hoge

Eerste lezing (Lev. 13, 1-2. 45-46)
De Heer sprak tot Mozes: “Heeft iemand een gezwel, uitslag of een vlek op zijn huid en gaat het lijken op huidziekte, dan moet men hem bij de priester Aaron of bij een priester van diens geslacht brengen. Degene die aan huidziekte lijdt moet in gescheurde kleren lopen en zijn haren los laten hangen; hij moet zijn baard bedekken en roepen: ‘Onrein, onrein!’ Zolang de ziekte duurt is hij onrein; hij moet apart wonen en buiten het kamp blijven.

Psalm 27
Refrein:
De Heer is mijn licht en mijn heil:
wie zou ik dan vrezen?

De Heer is mijn licht en mijn heil:
wie zou ik dan vrezen?
De heer is mijn burcht, mijn houd:
voor wie zou ik beducht zijn?
Refrein

Dat éne voeg ik van de Heer,
dat is al mijn verlangen:
daar te zijn in het huis van de Heer,
al de dagen mijns levens.
Refrein

Heer, hoor mijn aanroep tot U,
geef mij genadig uw antwoord.
Gij zegt en mijn hart spreekt het na:
“zoekt mijn aanschijn.”
Uw aanschijn, Heer, wil ik zoeken.
Refrein

 

Tweede lezing (1 Kor. 10, 31 – 11, 1)
Broeders en zusters. Of gij dus eet of drinkt, of wat gij ook doet, doet alles ter ere Gods. Geeft geen aanstoot, noch aan Joden noch aan Grieken noch aan Gods kerk; ook ik tracht allen zoveel mogelijk ter wille te zijn en ik zoek niet mijn eigen voordeel maar dat van de gemeenschap, opdat allen gered worden. Weest mijn navolgers zoals ik het ben van Christus.

Halleluja
Halleluja, halleluja, halleluja.
Zalig zij die het woord Gods aanhoren
en het volbrengen.

Halleluja, halleluja, halleluja.

Evangelie (Mc. 1, 40-45)
In die tijd kwam er eens een melaatse bij Jezus die op zijn knieën viel en Hem smeekte: “Als Gij wilt kunt Gij mij reinigen.” Door medelijden bewogen stak Hij de hand uit, raakte hem aan en sprak tot hem: “Ik wil, word rein.” Terstond verdween de melaatsheid en was hij gereinigd. Terwijl Hij hem wegstuurde vermaande Hij 39 Lectionarium B jaar hem met klem: “Zorg ervoor dat ge aan niemand iets zegt, maar ga u laten zien aan de priester en offer voor uw reiniging wat Mozes heeft voorgeschreven, om ze het bewijs te leveren.” Eenmaal vertrokken begon de man zijn verhaal overal in het openbaar te vertellen en ruchtbaarheid aan de zaak te geven, met het gevolg dat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen, maar buiten op eenzame plaatsen verbleef. Toch kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe.

Alleluja

Heilig

Als wij dan eten van dit brood

Slotlied Vernieuw Gij mij, o eeuwig licht! (GvL 538)
Vernieuw Gij mij, o eeuwig licht!
God, laat mij voor uw aangezicht,
geheel van U vervuld en rein,
naar lijf en ziel herboren zijn.

Schep, God, een nieuwe geest in mij,
een geest van licht, zo klaar als Gij,
dan doe ik vrolijk wat Gij vraagt
en ga de weg, die U behaagt.

Wees Gij de zon van mijn bestaan,
dan kan ik veilig verder gaan,
tot ik U zie, o eeuwig licht,
van aangezicht tot aangezicht!